Neem een organisatie die begin 2025 iedereen een algemene sessie over ChatGPT liet volgen. Een jaar later beantwoordt een chatbot klantvragen, schrijft communicatie met Copilot en gebruikt een beleidsteam een risicoscore die het datateam bouwde. De sessie ging over geen van die systemen, en niemand weet nog wie wat heeft gevolgd.
De risico's zitten in de verschillen. Wie een samenvatting van een taalmodel overneemt, moet weten dat zo'n model feiten kan verzinnen. Wie met een risicoscore dossiers selecteert, moet weten hoe die score ontstaat en wanneer hij ervan moet afwijken. Dat zijn andere vragen, en ze vragen om een andere training.
Ook de regel zelf is veranderd. Sinds 27 juli 2026 vraagt artikel 4 maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen, zonder een bepaald niveau per persoon te eisen. De plicht blijft bestaan, benadrukt de Europese Commissie, en toezicht en handhaving gelden vanaf 2 augustus 2026.